24. sep, 2014

Vier handen op één buik?... Verslag...

Toen ik deze week de foto van mij en mijn kleine meisje zag met een voorleesboek, dacht ik aan de vele momenten dat een boek als zo’n zinvol en beschreven lijn door ons leven loopt.

Zoals ik veel te jong bij mijn opa op schoot zat voor ‘De oude man en de zee’ zie ik dat het leesvoer van mijn vader ook veel te heavy kost was voor mijn zoon. ( *hier inmiddels in Zweibrucken)

Vier handen op één buik, hier op ‘mijn’ wingchair speciaal gekocht voor mijn vader die je er in kon uittekenen met een boek en een glas Remy Martin waar hij heel heel langzaam intens van genoot.

Zoals hij van alles in zijn leven met volle teugen had genoten. Vooral van zijn kleinkinderen.

Zijn kleinkinderen van hem, net zoals ik van hem als zijn kind tot aan zijn eind.

Van Michael heeft hij veel verdriet  gehad, in de zin van, nadat hij te vroeg was geboren maar toch redelijk op gewicht en iedereen om me heen de nodige ohh’s en ahhh’s had geroepen om zijn prachtige donkere koppie.

Mijn vader doodleuk zijn naamgenootje oppakte, uitpakte en deze woorden uitsprak die ik nooit meer vergeet: het lijkt wel een garnaaltje!  Deze kleine garnaal gaf een week geen krimp, en begon toen aan één stuk door te huilen, ik heb alles gedaan wat in mijn macht lag maar moest na drie maanden bakzeil halen, maar om dit lange hartverscheurende  verhaal kort te houden.

Het ventje belandde twee jaar lang bijna continue in het ziekenhuis, omdat het gewoonweg niets binnen hield. Alleen met echt warm weer deed hij het idioot genoeg voortreffelijk.

Niet tegen ons klimaat kon, en het zo gebeurde dat we op 3 januari 1990 naar de tropen vertrokken.

(Ik degene die ooit zei: ik verhuis nooit... uit Arnhem, dit was de eerste van 16 *, gekropen was voor hem)

Maar niet voordat mijn vader trots met een kleine bundel Michael dragende de kerk inkwam, om hem daar aan mij over te dragen voor de doop, om daar zijn doopnaam te mogen krijgen en dragen.

De laatste nacht samen met mijn vader tot 3 uur heb zitten pimpelen terwijl we om 6 uur op moesten om naar Amsterdam te vertrekken. Hij zei: doe alles wat in je macht ligt voor dat ventje van ons.

Mijn hart brak, want ik wist dat hij nooit zou vliegen, we zouden elkaar zo missen... maar ja, zeg nooit nooit!!

Want nadat we bijna een jaar weg waren kwam hij toch, en nooit nee nooit zal ik vergeten wat Michael deed toen zijn boomlange grootvader de immens grote tropische  tuin in kwam lopen.

Michael die het inmiddels stukken beter deed, vloeiend Papiamentu sprak, nog drie moest worden, bungelde met zijn inmiddels mollige beentjes op de rand van de porch, klopte daar met zijn handjes op en zei luid en duidelijk: kóm opa zitten.

Iedereen was op slag muisstil en het gezicht van mijn vader sprak één van de mooiste boekdelen van mijn leven, en omdat het leven uit momenten bestaat dan was dit zo’n onbeschrijfelijke mooie... geen woorden.

 

Al die tijd had ik de kinderen die net twee en drie voor vertrek waren, verhaaltjes van thuis verteld, plaatjes en foto’s laten zien,  en dit was het bewijs, dat hoe klein je ook bent waardevolle zinnen, verhalen je  altijd bij zullen blijven.

Vier handen op één buik? Twee lichamen, één geest... met geen pen te beschrijven...

 

Foto Zweibrucken december 1996...